“Jouw hond loopt na één les netjes mee. Hij valt nooit meer uit. Zet hem gewoon tussen een groep honden en hij wordt sociaal.”
Het klinkt verleidelijk. Te mooi om waar te zijn! En dat is het ook!
Steeds meer hondenscholen en trainers van de oude stempel verkopen snelle oplossingen. Hun geheim? Het aversieve gebruik van hulpmiddelen. Denk aan een dunne sliplijn die hoog achter de oren wordt geplaatst en door middel van rukjes zogenaamd corrigeert, hoofdhalsters zoals de ‘halti’ en antitrektuigen. En in de ergste gevallen zelfs middelen die in Nederland verboden zijn. Trainers verkopen dit als een “onschuldige, natuurlijke correctie”. Maar er is niets natuurlijks of onschuldigs aan.
Packleaders zeggen vaak: “Een rukje aan de lijn is gewoon communicatie.” Maar een ruk is geen communicatie. Het is dwang, gebaseerd op pijn en ongemak.
Wat een sliplijn hoog in de nek echt doet
Een hond stopt niet met trekken omdat hij begrijpt dat dit ongewenst is, maar omdat hij pijn en ongemak wil vermijden en bang is voor de volgende correctie. Bovendien zijn de fysieke gevolgen groot. Het gebruik van sliplijnen en andere aversieve hulpmiddelen veroorzakt schade aan de luchtpijp, stembanden, schildklier, zenuwen in de hals en aan het bewegingsapparaat zoals nek, schouders en de wervelkolom. Bij verkeerd of ongetraind gebruik verandert een sliplijn snel in een wurglijn, omdat deze niet stopt met aanspannen zodra de hond trekt.
Wat experts hierover zeggen
Dierfysiotherapeut en dierenarts Celia Cohen legt uit:
“De lijn komt tegen het tongbeenapparaat aan, dat verbonden is met het strottenhoofd. Dit kan worden samengedrukt, waardoor de nek in buiging wordt gebracht en de schedel naar beneden wordt getrokken. De kans op beschadiging van de bovenste nekwervels is groot en bij een harde correctie kan zelfs een breuk ontstaan. Hoe voorzichtig het ook wordt uitgevoerd, deze methode mag vanuit veiligheid en pijn NOOIT gebruikt worden.”
Ook Dierenoppas Amersfoort wijst erop dat sliplijnen vaak leiden tot hoesten, kokhalzen en benauwdheid, waardoor het welzijn van de hond ernstig onder druk komt te staan.
Negatieve associaties
Naast de lichamelijke risico’s kan het gebruik van een sliplijn ook zorgen voor negatieve associaties. Een hond kan leren dat wandelen pijn doet of dat de eigenaar degene is die dit veroorzaakt. Dit kan angst oproepen voor het wandelen of voor de eigenaar zelf. Het enige voordeel van een sliplijn is dat hij snel om en af te doen is, maar dat weegt niet op tegen de gevaren. Daarom worden sliplijnen in de praktijk nog vooral gebruikt om een hond kort te verplaatsen, bijvoorbeeld bij het vangen van een zwerfhond. Veel dierenartsen, asielen en pensions raden het gebruik bij gezelschapshonden nadrukkelijk af.
Zelfs wanneer een hond ontspannen aan de lijn loopt, kan een plotselinge ruk met een sliplijn schadelijk zijn. Daarom is het aanleren van goede lijnvaardigheid een belangrijke eerste stap naar ontspannen samenwerken. Lees meer hierover in ons blog Als wandelen worstelen wordt.
Quick fixes zijn schijnoplossingen
Een harde aanpak lijkt soms effect te hebben. Maar dat is schijn. De hond leert zijn eigenaar niet te vertrouwen en ervaart geen veiligheid. Vaak onderdrukt hij zijn emoties en soms leidt dat later tot een explosieve reactie. Deze aanpak brengt vooral negativiteit bij zowel hond als eigenaar.
De mythe van de alphawolf
De basis van dit soort methodes ligt vaak in de achterhaalde alfatheorie. In de jaren zeventig introduceerde bioloog David Mech het begrip “alphawolf” na observaties van niet-verwante wolven in gevangenschap. Niet lang daarna weerlegde hij zijn eigen theorie: in het wild leven wolven in familieverband, waar samenwerking en zorg centraal staan. Geen machtsstrijd, geen leiderschap door dwang. Toch blijven sommige trainers vasthouden aan deze overtuigingen.
Daarbij gebruiken ze nog altijd dezelfde kreten: “Je hond wil jou domineren.” of “Jij moet de baas zijn.” Maar honden zijn sociale dieren die samenwerking zoeken, geen macht. Zie ons blog De Mythe van Dominantie in Hondentraining.
Een ander voorbeeld van misleiding is het idee dat je een hond “sociaal” maakt door hem simpelweg in een groep honden te zetten, ook als hij bang is. In werkelijkheid is dit flooding: de hond wordt overspoeld door prikkels en stress. Soms lijkt hij dit te verdragen, maar vaak wordt de angst juist groter en breidt die zich uit naar andere situaties.
Misverstanden over de taal van de hond
Veel problemen ontstaan doordat mensen de lichaamstaal van hun hond niet goed kennen of verkeerd interpreteren. Signalen van stress, spanning of onzekerheid worden gemist of verkeerd gelabeld, wat leidt tot verkeerde keuzes in de training. Lees hier ons blog over lichaamstaal tijdens wandelen.
Trainers van de oude stempel misbruiken dit regelmatig. Een hond die wegkruipt of de buik laat zien, krijgt het label “onderdanig”. Een hond die borstelt, zich groot maakt of rijgedrag vertoont, wordt “dominant” genoemd. In werkelijkheid drukken deze honden vooral emoties uit zoals spanning, stress, onzekerheid of opwinding.
In de gedragswetenschap verwijst dominantie uitsluitend naar wie voorrang heeft op bepaalde hulpbronnen binnen een bekende relatie. Het is geen persoonlijkheidskenmerk. De sociologische betekenis van dominantie komt uit de menselijke sociologie en gaat over macht en controle tussen mensen. Het is een denkfout om deze betekenis één op één over te dragen op honden. Toch gebeurt dat in oude trainingsmethodes voortdurend, waardoor verkeerd gelabeld gedrag wordt gezien als “dominant” en als reden om met harde correcties in te grijpen.
Natuurlijk gedrag wordt vaak als probleem gezien
Veel gedragingen die wij als probleemgedrag noemen zijn in weze gewoon natuurlijk hondengedrag. Denk aan blaffen, jagen of sloopgedrag. Voor de hond zijn dit normale manieren om spanning te ontladen, te communiceren of instincten te volgen. Lees hier meer over.
Het wordt pas problematisch omdat dit in onze mensenwereld hinderlijk, ongewenst of zelfs gevaarlijk kan zijn. Blaffen verstoort de rust in huis of in de buurt. Jagen kan een hond of anderen in gevaar brengen. Opspringen aan je bezoek of het meubilair gebruiken als kauwstaafje vinden mensen vaak niet zo gezellig. Voor de hond zelf is dit gedrag vaak geen probleem, totdat wij er een probleem van maken omdat het botst met onze verwachtingen en leefomgeving.
Grenzen horen erbij maar zonder dwang
Een ander misverstand is dat in positieve training alles zou mogen. Alsof honden geen grenzen of regels krijgen. Dat klopt niet. Trainers gebruiken deze verkeerde aanname vaak om harde maatregelen te rechtvaardigen. Je hoort dan: “De hond is te veel gepamperd met een softe aanpak en neemt daarom nu een loopje met je.” De oorzaken liggen meestal in gebrekkige, onervaren of onkundige begeleiding of verkeerde inschatting, niet in te veel liefde of zachtheid.
Ook in welzijnsgerichte training horen grenzen bij opvoeding, maar die worden gegeven met respect en zonder dwang of pijn. Belangrijk is dat de hond een duidelijke richting krijgt en leert wat hij wél mag doen.
Keuzevrijheid en voorspelbaarheid
Daarbij speelt keuzevrijheid een belangrijke rol. In positieve training leert de hond binnen een veilig kader zelf verstandige keuzes te maken. Keuzevrijheid in combinatie met voorspelbaarheid, veiligheid en een gezonde hechting met de eigenaar draagt bij aan het welzijn van de hond en versterkt de samenwerking.
Natuurlijk gaat er weleens iets mis, maar meestal ligt dat aan de handler die te laat reageert, de signalen van de hond niet tijdig oppikt of de situatie onjuist inschat. Het leven is niet altijd voorspelbaar, maar in de meeste situaties kun je ongewenst gedrag voorkomen door goed management.
Wat noemen we eigenlijk ongewenst gedrag?
Vaak gaat het bij ongewenst gedrag om iets dat niet in óns leven past en de hond heeft geen idee dat dit een probleem is. Een hond die trekt aan de lijn komt immers gewoon waar hij wil, omdat de eigenaar meeloopt. Vaak ontstaat dit gedrag al in de puppyfase, wanneer trekken ongemerkt wordt toegestaan of doordat de eigenaar niet duidelijk gecommuniceerd heeft wat hij wél wil. Maar leert een hond dat bij jou blijven en ontspannen meelopen iets positiefs oplevert, dan kiest hij daar steeds vaker voor. Een hond herhaalt gedrag dat hem iets oplevert want het zijn opportunisten.
Samenwerken in plaats van controleren
Een relatie met een hond vraagt om zorgzaamheid. Je hond leeft van jouw liefde, jouw vertrouwen en jouw vermogen om hem een gevoel van veiligheid te geven. Hij is in alles afhankelijk van jou: waar hij slaapt, wat hij eet, wanneer en waar hij zijn behoefte kan doen en hoeveel en waar hij mag bewegen. Juist omdat hij zo afhankelijk is, verdient hij ons respect, onze zorg en aandacht.
Kiezen voor positieve bekrachtiging is zowel ethisch verantwoord als bewezen effectief. Het bouwt een sterke vertrouwensband op, zorgt voor een plezierige relatie en maakt dat je hond beter kan leren omdat stress wordt vermeden. Je versterkt wat je wilt zien, waardoor je hond gemotiveerd blijft en dat gedrag steeds vaker laat zien.
Vergelijk het maar met jezelf. Als je altijd werkt uit angst voor straf of met dwang dan verdwijnt je motivatie snel. Je probeert je te verzetten, je probeert te vluchten en uiteindelijk geef je op. Maar als je beloond wordt voor je inzet, plezier ervaart en vertrouwen voelt, ga je vanzelf meer geven. Voor honden is dat niet anders.
Tijd voor een tegengeluid
Positief opvoeden is niet de makkelijke weg, maar wel de enige weg die recht doet aan het welzijn van je hond én aan de band die je samen opbouwt. Wij moeten dit geluid duidelijker laten horen voor alle honden die geen stem hebben!
Ben je het hiermee eens? Laat het weten in de comments en help mee door dit blog te delen of anderen te taggen. Alleen samen kunnen we dit tegengeluid krachtig maken.
Bij Hondenschool Pootsgewijs helpen we mensen die met respect en vertrouwen met hun hond willen omgaan en samen een onbreekbare band willen ontwikkelen. 🐾
Mooi verwoord door Hondenschool Pootsgewijs !
Een goede samenwerking, vertrouwen, oprechte aandacht en plezier is het fundament voor een goede band met je hond.
Mooi samengevat!